Waarom ik padhouder geworden ben

Volgend jaar is het 50 jaar geleden dat ik liefhebber werd van Herman van Veen. Ik weet nog goed dat ik als 14-jarige puber met mijn kalverliefde dat opkomende fenomeen wilde aanschouwen. We hadden geen centen en geen kaartjes, maar zijn na de pauze naar binnen geglipt en hebben op de trappen van het 2e balkon in de stadsschouwburg van Heerlen voor het eerst kunnen genieten van ‘Suzanne’, ‘Fiets’, ‘De Neus’ en al die andere nummers van het eerste uur. En na de voorstelling op het toneel in een kring rondom Herman de ettelijke toegiften. Ik heb hem daarna gevolgd in al zijn periodes en verschillende persoonlijke omstandigheden die soms parallel liepen met de mijne. De man die soms zo goed kon vertolken wat ik voelde, soms onbereikbaar was en bovenal inspireerde.

Verwonderlijk is het dan dat ik er pas in oktober 2014 achter kom dat er een Herman van Veen Arts Center bestaat. Ik stond bij een groep vrijwilligers en stoelhouders in de foyer van Carré, toen David Booster (vrijwilliger Arts Center) mij daar opmerkzaam op maakte. “Ga volgende maand maar eens naar een ontmoetingsmiddag!”, zei David. Dat heb ik gedaan en ik was meteen verkocht. Ademloos heb ik naar Herman en Edith Leerkes zitten luisteren. Het alziend oog van Herman had al opgemerkt dat ik “de hele voorstelling met een grijns op mijn gezicht had gezeten”. Ik ben toen ook vrijwilliger geworden.

Als vrijwilliger heb ik de mooiste dingen mogen aanschouwen: een Italiaan op een 8-snarige gitaar waarbij ik de hele voorstelling mijn ogen dicht heb gehouden: de aanstekelijkheid van ‘De Radiodagen’, het gekke van Yora Rienstra, de combinatie van Bert Visscher met Janne Schra, betoverd worden door ballet, terwijl ik geen balletliefhebber ben en ga zo maar door. En tussendoor mooie contacten opgedaan binnen de vrijwilligersgroep – vooral ook met de hark- en veegdagen. En dat allemaal op een prachtig landgoed dat een sfeer uitademt van welkom zijn. Genieten om troost te krijgen of geïnspireerd te raken.

Ik vond dat ik Herman en Edith meer verschuldigd was voor al het mooie dat zij mij hebben gegeven. Ik heb besloten een stapje verder te gaan en padhouder te worden voor in ieder geval 5 jaar. Ik heb daarvoor een pad uitgekozen dat loopt van de tuin van Edith Leerkes tot aan de oprijlaan. Een pad dat dwars over de toegang tot de parkeerplaats loopt (zoals ik zelf ook een beetje dwars in mijn denken ben). En het pad gaat het “Ketenpad” heten. Dat is enerzijds een verwijzing naar mijn achternaam Keet en anderzijds verwijst het ernaar dat ik een deel van de keten ben. Zo ook zijn mijn dochters Jesse en Rachel een deel van de keten. Want ik geloof dat doorgeven een van de belangrijkste opdrachten in het leven is.

Ik zal proberen als nieuwe padhouder andere mensen te bewegen een steentje bij te dragen als stoelhouder, padhouder of op welke wijze dan ook.

René Keet

Het Herman van Veen Arts Center is een plek om lief te hebben!