2019

Vernissage en open atelier van Robert Roest, 27 januari en 16 en 17 februari

Robert Roest is de vierde jonge gastexposant, gepresenteerd door het Herman van Veen Arts Center en DePlaatsmaker (voorheen SWK030) een organisatie die in Utrecht atelierruimte aanbiedt aan jonge, professionele kunstenaars. De expositie toont een selectie van werken die Robert de laatste drie jaar gemaakt heeft.

Robert Roests practice of painting is visually rooted in both the contemporary world of new media as in the history of painting. In his work Roest explores painting in relation to digital media. His work is structured in a series of about 5-15 works. This serial method provides him to explore the possibility of his themes from different angles, and deploy multiple styles, as well as to keep his work open and not be pinned down too quickly on a particular idea or perspective. The series exist next to each other, in the same way different roles of an actor coexist. The work is much about the physical experience of seeing and also on our perception, about the impact images have on us, not at least the images we see online.

Op de vernissage gaf Robert toelichting op zijn werk

Goed Geld Gala 2019, 11 februari

11 februari heeft de VriendenLoterij op het Goed Geld Gala voor de 4e keer haar jaarlijkse bijdrage aan de programmering op het Arts Center geschonken aan onze stichting. Dit jaar kon de VriendenLoterij in totaal 61,1 miljoen Euro doneren aan haar goede doelen.

Miranda Putters, Dennis van der Geest, Astrid Rasch en Saskia Klomps

De VriendenLoterij steunt maatschappelijke initiatieven die mensen met onvoldoende middelen of mogelijkheden een steuntje in de rug geven, zodat zij voluit mee kunnen doen in de samenleving en een volwaardig leven kunnen leiden.

Ook steunt zij vrijwilligers in hun ambitie om een bijdrage aan de maatschappij te leveren. De loterij werft fondsen voor goede doelen die werken aan gezondheid en welzijn en geeft bekendheid aan hun werk.

Bij de VriendenLoterij is je mobiele telefoonnummer je lotnummer. Deelnemers maken met hun mobiele telefoonnummer maandelijks kans op meer dan honderdduizend prijzen en hebben de mogelijkheid om voor een zelfgekozen goed doel mee te spelen.

Inmiddels spelen ruim 528.000 huishoudens mee voor 54 goede doelen en ruim 3.300 clubs, verenigingen en stichtingen in Nederland. Sinds 1998 is ruim 907 miljoen euro aan goede doelen geschonken.

ZIN 2019, januari, februari, maart en april

Afgelopen maanden is ons project ZIN doorgelopen, in elke maand van het jaar heeft een week in het teken van het project ZIN gestaan. Gedurende deze weken hebben we zeer veel Eritrese nieuwkomers mogen ontvangen op ons Arts Center, zowel statushouders als recent aangekomen mensen.

Allemaal instappen!

‘ZIN’ maakt deel uit van ‘De Zinspelen’

De Zinspelen bestaat uit Robin & Robel en ZIN. Robin & Robel is een muziektheatervoorstelling in vier aktes over ongelijkheid in verdeling. Het is geïnspireerd op het wereldwijd bekende aloude verhaal van Robin des Bois, ook bekend als Robin Hood, die steelt van de rijken en geeft aan de armen. Een spel over de zin van sprookjes. Robin & Robel vormt de opmaat voor ‘Zin’. Dit laatste is een interactieve voorstelling en een vernieuwend lesprogramma die de ‘zin’ en het geluk van communiceren aan wil reiken aan vluchtelingen die de Nederlandse taal moeten leren.

Onderweg

Het project heeft naast de bedoelde resultaten ook wat onverwachte resultaten hieronder een voorbeeld

Yonatan

Op 19 december bezocht ik de voorstelling ZIN. Aan het eind van de voorstelling werden de Eritrese bezoekers gevraagd naar hun droom. Yonatan Hailu vertelde dat hij professioneel wielrenner is en was gevlucht na een wedstrijd in België (althans dat maakte ik op uit zijn verhaal). Hij wilde erg graag zijn sportcarrière weer oppakken.

Een collega van mij (Bram Aerns) is wielrenner in Rotterdam, waar Yonatan in het AZC zit. Ik heb Bram benaderd met de vraag of Yonatan een keer met hem mocht meefietsen. Bram verwees me door naar een vriend (Wouter) die lid is van de Rotterdamse Wielervereniging Ahoy. Wouter was erge enthousiast en heeft er direct voor gezorgd dat Yonantan mee kon fietsen.

Op 23 december stuurde Yonatan zijn eerste rit naar mij. Hij bleek zo goed in het team te passen dat de vereniging hem heeft toegelaten tot het TEAM WASP. Ze sponsoren zijn lidmaatschap en tenue. Om mogelijk te maken dat hij wedstrijden kan rijden is een wielerlicentie nodig. Voor deze kosten gaat mijn bedrijf zorgen. Hierdoor is hij in staat om in 2019 alle wedstrijden van de Nationale Clubcompetitie te rijden. Ik ben uitgenodigd om zijn eerste wedstrijd te volgen (april) in de volgwagen van de ploegleider. Dat ga ik zeker doen! Het is volgens mij een mooi voorbeeld waar ZIN voor in het leven is geroepen. 

Menno van Hasselt  (Lot’s Foundation en van Hasselt onderwijsadvies)

Ontvangst Stichting Meeleefgezin, 26,27,28 en 30 april.

In de voorjaarsvakantie hebben we op 4 dagen ouders en kinderen van de Stichting Meeleefgezin mogen ontvangen. Mede dankzij de opbrengsten van onze 2 jaarlijkse Alfred Golf Charity Cup hebben we deze kinderen een leuke dag kunnen aanbieden.

De Stichting zet meeleefgezinnen op, een meeleefgezin biedt vrijwillig stimulerende opvang aan kinderen (bij start -9 maanden t/m 4 jaar) van ouders met psychische problemen. Op een vaste dag in de week en een weekend in de maand. Het doel is een langdurige relatie op te bouwen tussen de gezinnen.

Onderstaand een kort verslagje van de stichting zelf over één van deze dagen.

‘Samen op stap’ dagen op de Paltz

Wat was het weer een fantastisch samenzijn op de ‘Samen op stap’ dagen op de Paltz in Soest. Op de 4 georganiseerde dagen konden de kinderen samen met hun ouder(s) en meeleefouder(s) genieten van elkaar en van het leuke programma.

De dag begon met het weerzien en bijkletsen van alle deelnemers onder het genot van een drankje in de Villa. Om 11 uur klonk de bel waarna we de stoet volgden naar de Kapschuur, waar de voorstelling ‘Koning Sam’ de kinderen, en stiekem ook de ouders, in hun greep hield. Met een warming up voor lijf en stem, volgden we koning Sam en Alfred Jodocus Kwak naar het koningschap in Hotsknotsbotswana met een lach en een traan. Een aanrader!

De honger werd gestild met poffertjes en patat waarna de groepsfoto in het bos natuurlijk niet mocht ontbreken. Ieder gematcht gezin is vastgelegd met een polaroid, 1 voor het gezin en 1 voor het meeleefgezin welke door middel van een magneet op de koelkast ‘geplakt’ wordt. Hoe vertrouwd is het voor het kind om zowel bij de ouder(s) als de meeleefouder(s) dezelfde foto te zien hangen van zijn dierbaren bij elkaar.

Wat hebben we van elkaar genoten, 1 ouder zei: ”Ik vergeet helemaal dat mijn kind bij een meeleefgezin is, het voelt als bij vrienden. Hun kinderen komen ook wel eens bij mij spelen”. Het is uitgegroeid tot een echt netwerkgezin.

De dag werd afgesloten met het verkennen van het landgoed; de klomp van Alfred, de schommels, het doolhof, het kabouterdorp en de krokodillen.

We kijken met veel plezier terug op dit ‘Samen op stap’ evenement.

3e Alfred Golf Charity Cup, 9 juni

 

Afgelopen 9 juni stond de derde Alfred Golf Charity Cup op de agenda.

Het was wederom een dag vol in de zon waarbij bij iedereen genoot van het golfspel, het divertissement en de BBQ.

De Alfred Golf Charity Cup wordt om het jaar georganiseerd. Het is een uniek golftoernooi gelardeerd met muzikale aspecten. De eerste twee edities van de Alfred Golf Charity Cup zijn met groot enthousiasme ontvangen.

Het golftoernooi werd wederom gespeeld op Golfpark Soestduinen, een uitdagende Par 3 baan. De dag werd net als in 2015 en 2017 afgesloten met een prachtig programma op, het naast de golfbaan gelegen, Landgoed De Paltz waar het Herman van Veen Arts Center gehuisvest is.

We willen wederom al onze donateurs bedanken die deze dag mede mogelijk gemaakt hebben.

 

Antidote Dansfestival, 28, 29 en 30 juni

Antidote Festival is een driedaagse happening van beweging in al haar facetten: fysiek, emotioneel, poëtisch, politiek. Een tijdelijk collectief van internationale jonge professionele dans- en performancemakers uit onder meer Amsterdam, Brussel, Berlijn en Kaapstad en heeft drie dagen haar praktijk gedeeld en een nieuwe invulling willen geven aan het generatielabel millennials.

 

 

Samen met de bezoekers heeft men zich over relevante vragen gebogen: hoe ziet solidariteit eruit? Wat is de waarde van onze gedeelde praktijk? Wat is de plek van de kunstenaar in de maatschappij? Hoe ziet de verbintenis met de toeschouwer eruit? Hoe creëren we een transformatie van een hiërarchisch systeem naar een horizontale en democratische kunstpraktijk? En hoe organiseren we de condities waarin wij kunst maken?

Antidote festival was een ‘no backstage festival’: bezoekers zijn net als performers overal welkom, er zijn geen in- en outsiders. ’s Middags en ’s avonds was er op het festivalterrein een diverse programmering te zien van circa vijf grotere dansvoorstellingen op de main stages en zes tot acht fringe-voorstellingen/performances/lezingen op de ‘forest stages’ die het landgoed tot een verrassend en avontuurlijk bewegend terrein maken. De programmering bestond uit een mix van onontdekt jong maak-talent en grote namen binnen de internationale dansscene.

Er werden ‘gaga-people’ lessen gegeven door ex- Batsheva dansers die zijn opgeleid door Ohad Naharin (de gerenommeerde Israëlische choreograaf die jarenlang aan het roer stond van Batsheva Dance Company).

Makers hielden (generale) repetities op de podia, er waren bewegingsworkshops en meditatiesessies. De bezoekers waren ook hier welkom om mee te kijken, denken, bewegen of helpen.

 

Verslag van het Antidote festival door Fransien van der Putt voor ‘De Theaterkrant’

In het laatste weekend van juni organiseerden Koen Bartijn en Doke Pauwels Antidote, een klein dansfestival dat experimenteerde met alternatieve vormen van zelforganisatie en publiekswerking. ‘vijfendertig internationale jonge dans- en performance
makers creëerden gezamenlijk een driedaagse happening, die draait om beweging. Op zoek naar transformatie in de goede richting.’

Van vrijdagmiddag tot en met zondagnamiddag waren er op Landgoed De Paltz , ergens tussen Utrecht en Amersfoort, elf voorstellingen te zien van jonge makers die behalve uit Nederland, ook uit Duitsland, Engeland en Zuid-Afrika kwamen. Geholpen door Stichting Herman van Veen arts Center Fonds, dat maandelijks vrij toegankelijke concerten en andere culturele evenementen organiseert in en om de villa van het landgoed, verzamelden Bartijn en Pauwels een grote groep mensen, waarmee ze zowel voor kunstenaars als voor publiek een andere ervaring wilden creëren, los van de markt en vrij van onderlinge competitie. Ook van Ons Fonds kreeg Antidote een financiële bijdrage.

Als ik op zaterdagmiddag, na trein, bus en een flinke wandeling langs een voormalige luchtmachtbasis, over schilderachtig geaccidenteerde stukjes heuvelrug (misschien heb ik wel de Soesterberg beklommen?), aankom op het festivalterrein, begint verhalenverteller Joram van Loggem net aan zijn optreden.

Joram kan niet goed lopen, is aan zijn speciale schoenen te zien. Maar hij spreekt met scherpte en zelfspot over zijn leven met zijn lijf en hoe dat zich staande houdt in de maatschappij. Hij heeft het over scheidslijnen, in theater en in het echte leven. Zoals hij door zijn optreden zich van het publiek verwijderd voelt, zo legt ook zijn lichaam hem grenzen op. Dat het makkelijk is om je terug te trekken binnen die grenzen van dat lijf, of eigenlijk in je hoofd, als het ware van zijn lichaam te dissociëren, legt hij uit aan de hand van zijn ‘alternatieve’ studentenleven.

Zijn beperking staat hem niet toe het voortdurend op een zuipen te zetten met de andere jongens. Hij zou zijn ‘plek in de speekselketen’ wel willen opeisen, maar als ‘het lijf niks kan, dan is het handiger je hoofd in te zetten’ en stomweg heel hard te studeren. Als ook daar de beperking van blijkt, besluit hij zijn lichaam serieus te nemen en er de wereld weer mee op te zoeken. In plaats van een Canta, bestelt hij Jannie de haptonoom, die met haar koude hand op zijn onderrug wonderen verricht.

Ook de in Berlijn werkende, Zuid-Afrikaanse performance-kunstenaar Nicola van Straaten doet verhaal over een minder vanzelfsprekende belichaming, al vertelt ze het voornamelijk in stilzwijgen. Één voor één neemt ze toeschouwers bij de hand en laat ze ergens op een plek iets verder in het bos los in een klein, zwart tentje. Ze voert daar een ingetogen, haast schuw ritueel op. Boeken en teksten bij de ophaalplek geven aan dat ze bezig is met postkolonialisme. Na afloop vertelt ze dat het moeilijk is om je in Zuid-Afrika met witte problematiek bezig te houden, het schuldige lichaam van de witte Zuid-Afrikanen. Haar ingetogen, minimale en uiterst oprechte gestes zijn indrukwekkend en maken heel even iets van een inmense pijn zichtbaar.

Terwijl de enorme bomen op het landgoed hun eigen, meer glorieuze performance doen, en vogels wonderlijk genoeg nog steeds rondkwetteren in het heetst van de namiddag (de act op het hoofdpodium wordt vanwege hitte afgelast), zijn er meerdere dansvoorstellingen, die vooral om het lichaam draaien, niet zozeer om choreografie. Er mist een arm in een verder behoorlijk voorspelbaar, esthetisch liefdesduet van Faizah Grootens. En er wordt op de wei in het bos achter de kapschuur door Louis Nam Le Van Ho en Noé Pellencin rakelings en intens op en neer gedanst, over het pollige gras van de open plek.

Net als Van Straaten weten deze twee PARTS-alumni de buitenlocatie optimaal te gebruiken, al doet het vreemd aan dat ook zij, net als de andere dansmakers, nauwelijks van de stilte gebruikmaken. Terwijl de paardenkastanje zoete vlagen stuurt en vogels en insecten de stilte van perspectief voorzien, moet er ook bij hen een luide medley aan.

Het publiek, dat naarmate de namiddag vordert, aangroeit tot een man of zestig (Nederland voetbalt, de andere dagen waren er zo’n 300 mensen) zit er rustig bij. De hitte en afwezigheid van alcoholische dranken maken iedereen loom en open. Bij daglicht heeft dans sowieso een minder mysterische kwaliteit. Het vergroot de tastbaarheid van de lichamen en bevestigt de concrete relatie tussen performers en publiek.

Het verschijnen en verdwijnen in een reeds bezet lichaam lijkt ook het thema van Tiisetso Mashifane wa Noni, terwijl grappig genoeg Federica Dalla Pozza in Himalya van Elisa Zuppini de opdracht heeft te verdwijnen in haar omgeving. Dalla Pozza vibreert als een espenblad, probeert juist haar subjectiviteit op te geven, een bewegend ding tussen de dingen te worden. Zo actief passiviteit en overgave opwekken, heeft per se iets tegenstrijdigs.

Maar de persoonlijke inzet van al het werk die middag verlegt de aandacht naar iets anders. Het is haast ontroerend al die kunstmatige, verhevigde danslichamen zich werkelijk te zien plooien naar de groepjes alledaagse lichamen, verzameld in het gras rondom of op de vloer van de kapschuur.

Als ik twee dagen later Bartijn en Pauwels vraag of ze hun poging tot alternatieve organisatie geslaagd vinden, is hun antwoord opgetogen en gemengd. Het is wonderwel gelukt om te geraken voorbij het ‘indiviualistische prestigeding van het jezelf in de markt zetten door middel van een festival als jonge maker’. Maar de organisatie was zwaar en hoewel hun gasten, makers en publiek, veel hebben uitgewisseld, waren zij zelf vooral bezig met op en neer rennen en produceren.

Er kan volgens Bartijn en Pauwels meer gedeeld worden, qua verantwoordelijkheden en qua samendoen. Veel makers bleven toch hangen in hun gastenverblijf en moesten gepusht worden om samen met het publiek te eten. Maar het concept van no backstage no frontstage viel mij toch meteen op, doordat je als publiek de verschillende performers bij alle andere voorstellingen tegen het lijf liep.

‘Ik wilde een plek creëren waar we weer naar elkaar kunnen kijken en samen kunnen werken, kunnen nadenken en kritiek beoefenen, zonder dat het gevaarlijk is, zonder het defensief en de angst dat het je carrière down the drain kan helpen’, legt Pauwels uit. ‘Koen heeft een scriptie geschreven over commoning, en dat vond ik super inspirerend, omdat de theater- en dansscene zo vreselijk competitief is, zowel bij de trajecten die er zijn, als in de sfeer tussen mensen. Het gaat ten koste van het inhoudelijke gesprek en van onderlinge reflectie en kritiek.’

Solidariteit was een kernwoord in hun aanvragen. ‘Daar willen we ruimte voor creëren’, zegt Pauwels, ‘zowel onderling, als als klasse of kunstsector, omdat we steeds meer gedwongen worden alleen maar met elkaar te concurreren, omdat er zo weinig geld is.’ Bartijn: ‘Als jonge kunstenaar word je steeds weer met nieuwe bezuinigingen geconfronteerd. Die afbrokkelende structuur zorgt ervoor dat we allemaal een bepaalde productiedwang ervaren. Antidote gaat daar in alle opzichten tegenin. We passen commoning toe, door zelf verantwoordelijkheid te nemen, door dingen in de praktijk uit te zoeken en zelf te organiseren, los van de regulatie van overheid en markt. Het gaat ook om vertrouwen en fair practice. Om het individualisme te doorbreken.’

Iedereen kreeg op Antidote hetzelfde betaald, per dag dat ze aanwezig waren, ook als ze niet optraden. En het budget voor gasten was transparant. ‘Dat vond iedereen geweldig’, zegt Pauwel. ‘Daardoor krijg je gelijkwaardigeid, openheid en vertrouwen. Alleen kunnen we onszelf nu niet betalen. Dat moet volgende keer wel beter.’

Het publiek dat ik op De Paltz zag was grappig, gemengd. Hipheid leek niet het eerste doel. ‘Juist niet’, benadrukt Pauwels. ‘We willen helemaal niet hip zijn. We vermijden de hype. We willen in de praktijk onze werking langzaam ontwikkelen, en duurzame oplossingen vinden voor de concurrentie en het wantrouwen. Wat kunnen we met elkaar wel organiseren en welke mooie dingen kunnen we wel maken. En misschien begint het met kleine dingen, dat iedereen nu een bank heeft om te crashen, in Berlijn, Brussel en Kaapstad.’

Uiteindelijk speelt Commoning volgens Bartijn op allerlei niveau’s, ‘van hoe het met het geld zit tot hoe je met elkaar omgaat’. Als hij zich in zijn contacten anders opstelt, beïnvloedt dat ook de grote structuren. ‘Alles beïnvoedt elkaar. Veel structuren worden door mensen geïnternaliseerd. Het is best moeilijk omdat los te krijgen. Dat moet je oefenen. Dat is een uitdaging, maar het is ook heel erg praktisch en hands on.’

Fransien van der Putt 08-07-2019 ‘De Theaterkrant’

Expositie / Vernissage Thomas Sadée, 7 juli 

Tot 1 september exposeert Thomas Sadée in de gallery van het Herman van Veen Arts Center op Landgoed De Paltz.

Thomas Sadée is de vijfde jonge gastexposant, gepresenteerd door het Arts Center in samenwerking met DePlaatsmaker (voorheen SWK030 en Sophies Kunstprojecten), een organisatie die in Utrecht atelierruimte aanbiedt aan jonge, professionele kunstenaars. 

 

‘ZIN’, September 

16 en 17 September

Op 16 en 17 september hebben we bij ons lesprogramma ‘ZIN’ drie groepen Eritreërs ontvangen uit Arnhem en Utrecht. Twee groepen bestonden uit bewoners van AZC’s in Arnhem en Utrecht, de derde groep is bij ons gekomen vanuit een Internationale Schakel Klas in Arnhem.  

ISK’s in Nederland hebben in de regel als taak het geven van onderwijs aan nieuwkomers in Nederland.  Ze bereiden de leerlingen voor op doorstroom naar het reguliere onderwijs of op werk. Het leren van de Nederlandse taal vormt de hoofdmoot van het programma.

Het gaat om de term Schakelklas, omdat het ISK de schakel vormt tussen het laatst genoten onderwijs in land van herkomst en de toekomstige school of baan in Nederland of elders.

De ISK-afdelingen in Arnhem nemen leerlingen aan van vanaf 12 jaar , die het Nederlands onvoldoende beheersen om een reguliere mbo- of vo-opleiding te kunnen volgen. Het betreft natuurlijk leerlingen voor wie Nederlands niet de moedertaal is. Normaliter zijn het de leerlingen van 16 of 17 die bij ons de ZIN workshop komen volgen. 

Zoals bij alle ZIN dagen doorlopen de leerlingen een workshop en sluiten we af met de voorstelling ZIN waarna er naar aanleiding van de voorstelling nog nagepraat kan worden door docenten, acteurs en leerlingen. 

 

Expositie / Vernissage Maarten Dekker, 6 oktober

Van 6 oktober 2019 tot 15 januari 2020 exposeert Maarten Dekker in de gallery van het Herman van Veen Arts Center met de expositie ‘Making it bear fruit before passing it on’

Maarten Dekker is de zesde jonge gastexposant, gepresenteerd door het Herman van Veen Arts Center en DePlaatsmaker.

DePlaatsmaker (voorheen SWK030 en Sophies Kunstprojecten) is een organisatie die in Utrecht atelierruimte aanbiedt aan jonge, professionele kunstenaars.  De expositie wordt geopend met een vernissage op zondag 6 oktober.

In de tentoonstelling making it bear fruit before passing it on is een recente serie schilderijen van Maarten Dekker te zien

De titel  ontleend aan een citaat van Stravinsky  refereert aan een idee over traditietraditie als fenomeen dat slechts levendig is zolang het in beweging blijftDit is een proces van actualiserenoftewelhet voorbije relateren aan het hier en nuOm het verleden toekomstbestendig te maken is vruchtbare grond nodig in de vorm van nieuw werk

De schilderijen zijn onmiskenbaar abstractechter niet ontdaan van enige herkenbaarheidEen soort afdruk-schilderijenin olieverfgemaakt met panelen waarvan de afmetingen zijn ontleend aan de zigzagstoelDeze pootloze stoel is een iconisch ontwerp uit de twintigste eeuw van de bekende Utrechter Gerrit RietveldHet hoekigeeenvoudige karakter van de stoel is nog te herkennen in de schilderijenMaar het zijn vooral de sobereeenvoudige vormentaal én de ideeën over abstractie die de ‘traditie’ bepalen waartoe het werk zich verhoudt.

Waar eerder werk van Maarten minder beroep deed op de verbeeldingis in het nieuwe werk een belangrijke rol weggelegd voor de associatieve ruimteTegelijkertijd blijven het simpele gesloten beeldenwaardoor de schilderijen een zowel open als hermetisch karakter hebbenZowel in vorm als inhoud speelt het met gegevens als oppervlakkigheidontvouwenopdelen en beweging

Maarten Dekker is sinds 2010 werkzaam als beeldend kunstenaarIn veel van zijn werken is de stoel een terugkerend motief.

 

Paltz Kinderboekenfeest, 12 oktober

Op een stralende zaterdag vond het 2e Paltz kinderboekenfeest plaats. Een dag in samenwerking tussen stichting de Grote Haay en ons Arts Center Fonds.

Gedurende de dag zongen ruim 500 kinderen en ouders mee met Pluk van de Petteflet, genoten van De Vriendelijke Draak, proefden bij ‘t Verrukkelijke Kinderbakboek, werden er poffertjes en frietjes genuttigd in de gallery, knutselden met Rianne van Duin, luisterden naar Ted van Lieshout, Jet Boeke, Hans Hagen, Arend van Dam en Babette van Veen en keken naar de werken van Medy Oberendorff, Noelle Smit en Herman van Veen, werd er gereden op de paardentram van en naar de auto.

Het Kinderboekenfeest werd mede mogelijk gemaakt door steun van: Gemeente Soest, LIRAFonds en de Bultje Foundation